Vinificatie    
 

Algemeen:

Wijn is niet alleen een landbouwproduct, maar ook een cultuurproduct, een handelsproduct en bovendien een genotsproduct.

 

Rood, wit, rosé
Er bestaan witte druiven en blauwe druiven. Tamelijk verwarrend, want de witte druiven zijn eerder groenig en de blauwe druiven zijn eerder donkerrood. Wijnrood.
Het vruchtvlees van alle druiven is kleurloos. De kleur zit dus alleen in de schil van de blauwe druiven.
 

Rode wijn
Rode wijn is gemaakt van blauwe druiven, waarvan de wijngaardenier de schillen tot een week mee laat gisten. Daardoor komt de rode kleurstof uit de schil in de wijn. Rode wijn kan nooit gemaakt worden van witte druiven.

Witte wijn
Witte wijn wordt gemaakt van witte druiven, maar kan ook gemaakt worden van blauwe druiven. De wijngaardenier zorgt ervoor dat alleen het kleurloze vruchtvlees en absoluut geen schillen, in de gistkuip terecht komt.
Witte wijn wordt na te zijn ontdaan van de steeltjes, enkele uren op de schil gezet om daarna geperst te worden.
 

Rosé
Om rosé te krijgen gebruikt de wijngaardenier blauwe druiven en laat de schillen maar een paar uurtjes meegisten. Zo geven ze maar een klein beetje kleurstof af.


Oogst

Bij Wijngaard Noordland start de oogst van de druiven eind september. ‘s Morgens worden de druiven geoogst en dezelfde dag nog verwerkt.
De eerste stap in het proces is het ontstelen en kneuzen van de druiven. De pulp/most die dan ontstaat, gaat bij de witte druiven een aantal uren op de schil om daarna geperst te worden.

Na de persing wordt een speciale wijngist toegevoegd die uiteindelijk het suiker om gaat zetten in alcohol.
De rode/blauwe druiven gaan na het ontstelen/kneuzen voor het persen eerst een week op de schil gisten om de rode kleur en smaakstoffen te verkrijgen die bij een rode wijn noodzakelijk zijn.
Rosé krijgt daarentegen een hele korte schilperiode mee van de rode druiven.

 

Het gistproces (algemeen)
Als het druivensap gegist wordt, ontstaat wijn.
Gisten is een ingewikkeld chemisch proces, dat begint zodra de gekneusde druiven in het gistvat in aanraking komen met gistcellen. Ze zijn namelijk verzot op de suikers die in de druiven zitten.
Pas als de druiven worden gekneusd, kunnen de gistcellen zich op de suikers storten.
En dan gebeurt er iets raadselachtigs: als de gistcellen de suikers opeten, zetten ze die om in alcohol. De gistcellen blijven maar eten, dat betekent dat ze dus ook steeds meer suikers omzetten in alcohol. Net zolang tot de suikers in de most op zijn. Dan is het gistproces ten einde.
Het gistproces kan ook stoppen omdat het alcoholpercentage is opgelopen tot ongeveer 16%. Dat kunnen de gistcellen niet overleven. Er kan dan restzoet overblijven: dat zijn suikers waar de gistcellen niet meer aan toegekomen zijn. In de ene druif zit wat meer suiker dan in de andere. En hoe meer restzoet er overblijft, hoe zoeter de wijn.
 

Het rijpen van de wijn / klaren van de wijn
Als het gistproces gereed is, begint de wijn zich te klaren. Klaren van de wijn gebeurt op een heel natuurlijke basis door het neerslaan van de zwaardere deeltjes naar de bodem van het vat. Het klaren en oversteken van de wijn neemt een tijdsbestek in van oktober tot april/mei. In de klarings-/rijpingsperiode komen wijnen langzaam in balans. Dat betekent dat alle verschillende smaken en geuren die in de wijn zitten de kans krijgen om aan elkaar te wennen en één geheel te vormen.
Na deze periode wordt de wijn gefilterd om zoveel mogelijk achtergebleven dode gistcellen en resten van de pitten, stelen en schillen te verwijderen. Daarna kan hij schoon de fles in. Dat noemen we bottelen.


Bottelen
De witte en rode wijnen worden ongeveer na 8 à 10 maanden gebotteld.
Eenmaal in de fles kunnen de wijnen zich dan rustig verder ontwikkelen.

 

 Bron: deels van ProductschapWijn en Wijninformatiecentrum.